Contact

Telefoon  024 358 0779
E-mail info@mmfysio.nl

star
star
star
star
star

Klanttevredenheid

9.2

Nieuwsberichten

Runners knee: een moderne kijk op iliotibiaal bandsyndroom (ITBS)

Binnen de hardloopwereld wordt de term runners knee nog altijd op verschillende manieren gebruikt. In de praktijk bedoelen veel hardlopers en therapeuten juist pijn aan de buitenzijde van de knie: het iliotibiaal bandsyndroom (ITBS). Deze vorm van overbelasting is een van de meest voorkomende klachten bij lopers en kan hardnekkig zijn, zeker wanneer de onderliggende mechanismen niet goed begrepen worden.

Wat interessant is, is dat onze kijk op ITBS de afgelopen jaren aanzienlijk is veranderd. Waar de blessure vroeger vooral werd gezien als een mechanisch probleem van een “strakke band” die over het bot schuurt, laat recenter onderzoek een genuanceerder en eerlijker beeld zien. De klassieke frictie theorie waarbij de  band ( tractus iliotibialis) over de buitenkant van de knie (laterale femurcondyl) zou wrijven en zo irritatie veroorzaakt, heeft plaatsgemaakt voor een ander verklarend model. Onderzoek gaat er nu meer vanuit dat de pijn veroorzaakt wordt door de druk op het bindweefsel aan de zijkant van de knie. Dit weefsel blijkt gevoelig te zijn voor herhaalde belasting, vooral rond ongeveer dertig graden knie buiging, precies de hoek waarin veel hardlopers in lopen. 

In essentie ontstaat ITBS wanneer de balans tussen belasting en capaciteit verstoord raakt. Dat zien we vaak terug bij hardlopers die hun trainingsvolume te snel opbouwen, hun intensiteit verhogen of plotseling andere omstandigheden introduceren, zoals heuveltraining of een verandering van ondergrond. Afdalingen spelen hierbij een beruchte rol, omdat ze de belasting op de knie aanzienlijk vergroten. Toch is het te simpel om de oorzaak alleen bij trainingsfouten te leggen. Ook biomechanische factoren spelen een rol, al moeten we daar voorzichtig mee omgaan. Variaties in heup adductie, paslengte of knie hoek kunnen de belasting op de band (tractus iliotibialis) beïnvloeden, maar zijn zelden op zichzelf de oorzaak van het probleem. Het zijn eerder schakels in een keten van factoren die samen bepalen hoeveel stress en irritatie er op het weefsel komt.

Een ander belangrijk inzicht is dat het niet alleen gaat om spierkracht, maar om de totale capaciteit van het systeem. Veel revalidatieprogramma’s richtten zich traditioneel op het versterken van de heupabductoren, met name de gluteus medius. Hoewel dat nog steeds relevant is, weten we inmiddels dat belastbaarheid breder is dan maximale kracht alleen. Ook spieruithoudingsvermogen, coördinatie en de manier waarop krachten tijdens dynamische bewegingen worden opgevangen spelen een cruciale rol. Het doel is niet simpelweg sterkere spieren, maar een lichaam dat beter bestand is tegen herhaalde belasting.

De kern van een effectieve behandeling ligt dan ook in load management. Dat betekent niet dat een hardloper volledig moet stoppen, maar wel dat de belasting tijdelijk moet worden aangepast naar een niveau dat het lichaam aankan. Dit vraagt om maatwerk. Soms betekent het minder kilometers, soms het vermijden van specifieke prikkels zoals afdalingen, en soms een tijdelijke verschuiving naar interval vormen van lopen. Belangrijk hierbij is dat pijn niet volledig vermeden hoeft te worden, maar wel gecontroleerd blijft. Een lichte pijn tijdens het lopen kan acceptabel zijn, zolang deze niet toeneemt en geen verergering geeft in de uren of dagen erna. Verstandig kan zijn om dit in overleg met een fysiotherapeut te doen.

Parallel aan deze belastingaanpassing speelt oefentherapie een centrale rol. Door gerichte krachttraining wordt de capaciteit van het systeem verhoogd, waardoor de loper geleidelijk weer meer belasting kan verdragen. Oefeningen zoals single-leg squats, step-downs en heup dominante bewegingen dragen bij aan een betere controle van de onderste extremiteit tijdens dynamische belasting. Deze oefeningen zijn niet alleen bedoeld om spieren sterker te maken, maar vooral om het lichaam beter te leren omgaan met de krachten die tijdens het hardlopen optreden.

In sommige gevallen kan het zinvol zijn om naar looptechniek te kijken. Kleine aanpassingen, zoals het licht verhogen van de cadans of het verkorten van de paslengte, kunnen de belasting op de knie verminderen zonder dat de loper zijn hele stijl hoeft te veranderen. Dit soort interventies moet echter altijd functioneel en individueel worden toegepast, en niet als standaardoplossing voor iedere loper met klachten.

Een aspect dat vaak onderschat wordt, is de rol van educatie. Veel hardlopers zijn ervan overtuigd dat hun klachten veroorzaakt worden door een “strakke IT-band” die losgemaakt moet worden. Door uit te leggen dat het probleem eerder ligt in belasting en belastbaarheid, ontstaat er vaak meer begrip en vertrouwen in het herstelproces. 

Wat opvalt in de moderne benadering van ITBS, is dat passieve behandelingen een veel kleinere rol hebben gekregen. foamrollen, massage en manuele therapie kunnen nog steeds waardevol zijn als ondersteuning, bijvoorbeeld om pijn tijdelijk te verminderen, maar ze vormen niet de kern van de behandeling. Die ligt bij actief herstel en het geleidelijk opbouwen van belasting.

Uiteindelijk draait het bij ITBS niet om het “fixen” van een specifieke structuur, maar om het herstellen van de balans binnen het gehele bewegingssysteem. De vraag is niet alleen waarom de knie pijn doet, maar vooral waarom de belasting op dat moment groter was dan wat het lichaam aankon. Door die balans stap voor stap te herstellen, kan een hardloper niet alleen terugkeren naar zijn oude niveau, maar vaak zelfs sterker en robuuster worden dan daarvoor.

De belangrijkste boodschap is dan ook dat runners knee geen mysterieus of hardnekkig probleem hoeft te zijn. Met de juiste inzichten en een doordachte aanpak is herstel in de meeste gevallen goed mogelijk. Het vraagt alleen om een verschuiving in denken: van lokaal behandelen naar systemisch begrijpen en begeleiden. Een van onze fysiotherapeuten helpt je hier graag bij.